Altaj (ook wel geschreven als Altai) is een extreem winterharde honingbes met langwerpige, sappige, zoet-zure vruchten en een uitgesproken bosbessensmaak. Het ras is makkelijk te telen en betrouwbaar, waardoor het perfect is voor hobbyisten en absolute beginners.
Zelfbestuivend
Altaj is één van de beter zelfbestuivende honingbessen, wat betekent dat je ook met één struik al vruchten kunt oogsten. Voor een hogere opbrengst kan je Altaj combineren met een andere honingbes zoals Wojtek, waarmee hij vaak samen wordt aangeboden als wederzijdse bestuiver. Ideaal als je maar ruimte hebt voor één of twee struiken.
Vroeg plukken
De vruchten van Altaj rijpen zeer vroeg, van eind mei tot begin juni, en wegen ongeveer 1 gram per stuk. Ze zijn langwerpig met een puntig uiteinde en blauw-rijp van kleur. Het vruchtvlees is sappig en heeft een zoet-zuur aroma dat doet denken aan bosbessen. De bessen zijn geschikt om vers te eten, maar ook ideaal voor jam, sap, gebak of invriezen. Verwerken kan een voordeel zijn omdat de bessen een licht bittere bijsmaak kunnen hebben, die verdwijnt bij verwerking.
Gezonde struik
De struik groeit weelderig en kan tot 2 meter hoog worden, met een compacte tot licht spreidende vorm. Altaj is opvallend winterhard, robuust en onderhoudsarm. De bloemen verschijnen al in april en trekken bijen aan voor effectieve bestuiving. De plant is makkelijk te kweken en stelt relatief weinig eisen aan bodem of locatie, maar staat het liefst in de zon of halfschaduw op goed doorlatende grond.
Herkomst
Altaj werd geselecteerd in 2001 in het Slowaakse veredelingsinstituut Bojnice uit een kruising tussen Lonicera kamtschatica en L. turczaninowii. Het ras heeft zich uitgebreid bewezen in Tsjechische en Slowaakse omstandigheden en wordt internationaal gewaardeerd om zijn betrouwbare opbrengst en robuuste groei.