Rasomschrijving
De pomelo combineert de indrukwekkende vruchtgrootte van de pompelmoes met de verfijnde smaak van de grapefruit. Dankzij het handzame formaat van deze boom is deze citrusvrucht perfect hobbymatig te kweken, mits de plant in de winter de juiste bescherming krijgt.
Grote, peervormige vruchten
Deze boom brengt opvallend grote citrusvruchten voort met een doorsnee van 10 tot maar liefst 30 centimeter. De vruchten zijn rond tot peervormig en vallen op door hun gladde, dikke en witgele schil.
Het vruchtvlees heeft een aangenaam lichtbitter accent, maar is beduidend zoeter dan dat van de traditionele gele grapefruit. Dit milde smaakprofiel maakt de vrucht erg toegankelijk voor directe consumptie.
Niet winterhard
De pomelo is niet winterhard en verdraagt absoluut geen vorst. Tijdens de zomermaanden gedijt deze kleine boom uitstekend buiten als kuipplant op een zonnig terras of balkon. Zodra de temperaturen richting het vriespunt dalen, moet de plant verhuizen naar een lichte, vorstvrije ruimte om te overwinteren.
Herkomst
De pomelo (Citrus×grandis) is een natuurlijke kruising tussen de pompelmoes (Citrus maxima) en de grapefruit (Citrus ×paradisi). De boom stamt oorspronkelijk uit Thailand en Maleisië, waarna de verspreiding volgde naar China, India en Iran. In de achttiende eeuw introduceerde de Britse scheepskapitein Shaddock de plant in het Caribisch gebied, wat de Engelse synoniem 'shaddock' verklaart. De pomelovruchten die in de Nederlandse winkel liggen, zijn hoofdzakelijk afkomstig uit China en Vietnam.